Sqrl
  • Account Based Marketing
  • Over ons
  • Blog
  • Contact
Englishen Login
Home / Blog / Account Based Marketing

Decision Making Unit in ABM: de kracht van de buying committee

Wat is een Decision Making Unit, de zes klassieke rollen, en hoe je de DMU in kaart brengt voor MKB+ bedrijven zonder enterprise-budget.

  • 12 min read
  • Written by Ties Morskate
  • juni 30, 2026

De Decision Making Unit: wie er echt beslist, en waarom dat bijna nooit één persoon is

In B2B zit het lastigste van een deal winnen vaak niet in het overtuigen van iemand. Het zit in uitvogelen wie je eigenlijk moet overtuigen. Eén enthousiast contact heeft zelden in zijn eentje de bevoegdheid om ja te zeggen, en al even zelden krijg je een organogram aangereikt met “dit zijn de mensen die beslissen” netjes omcirkeld. Precies dat probleem, wie er werkelijk bij een aankoop betrokken is en wat ieder van hen wil horen, is waar de Decision Making Unit een oplossing voor biedt.

Dit artikel behandelt wat een Decision Making Unit is, waar het begrip vandaan komt, de klassieke rollen erbinnen en hoe groot zo’n unit doorgaans is. En dan komt het deel dat de meeste artikelen overslaan: hoe dat theoretische model zich daadwerkelijk vertaalt naar een klein of middelgroot B2B-bedrijf dat account based marketing draait, een heel andere situatie dan de enterprise-deals waar het meeste DMU-advies stilzwijgend voor geschreven is.

Wat is een Decision Making Unit (DMU)?

De Decision Making Unit, of DMU, is de groep mensen binnen een organisatie die samen een aankoop beïnvloeden of erover beslissen. Het wordt ook wel het buying centre genoemd, of in recentere ABM-kringen de buying committee, de drie termen beschrijven hetzelfde, waarbij DMU in Europa gangbaarder is en buying committee in de Verenigde Staten.

Het begrip is niet nieuw. Het werd al in 1967 geformaliseerd door Robinson, Farris en Wind, en verder uitgewerkt door Webster en Wind in 1972, die de term “buying centre” muntten. Het kerninzicht houdt al ruim vijftig jaar stand: bij zakelijke aankopen worden beslissingen vrijwel nooit door één persoon alleen genomen. Ze worden genomen door een groep, waarvan elk lid de aankoop door een andere bril bekijkt, prijs, risico, gebruiksgemak, compliance, dagelijkse uitvoerbaarheid, en die allemaal iets anders van je nodig hebben voordat ze ja willen zeggen.

Dat is meteen de reden dat de DMU er voor marketing en sales toe doet. Als je altijd maar met één contact praat, bedien je één set zorgen terwijl de rest van de groep stilletjes zijn eigen mening vormt, buiten je om. Breng je de unit goed in kaart, dan kan elk stuk content en elk gesprek gericht worden op de persoon voor wie het eigenlijk bedoeld is.

De klassieke rollen binnen een Decision Making Unit

Het traditionele model splitst de DMU op in zes rollen. De meeste artikelen die je erover leest gebruiken een variant van dit rijtje, en het is een oprecht bruikbaar vertrekpunt:

  • Initiator — degene die de behoefte als eerste aankaart: “onze huidige leverancier kan het niet meer bijbenen, we moeten naar alternatieven kijken.”
  • Influencer — iemand die de beslissing vormgeeft zonder per se over budget te beschikken, vaak door de criteria te bepalen waarop de oplossing wordt beoordeeld.
  • Decider — de persoon, of groep, met de bevoegdheid om het uiteindelijke ja te geven.
  • Buyer — degene die de commerciële en inkoopkant afhandelt: voorwaarden, contracten, onderhandeling.
  • Gatekeeper — degene die de toegang en de informatiestroom bepaalt, soms een secretaresse die beslist wiens afspraakverzoek erdoorheen komt, soms iemand die een deal stilletjes kan tegenhouden.
  • User — de mensen die straks daadwerkelijk met je product of dienst gaan werken, en wier dagelijkse ervaring vaak zwaarder weegt dan hun formele plek in de hiërarchie doet vermoeden.

Een belangrijk punt dat snel over het hoofd wordt gezien: dit zijn rollen, geen functietitels. Eén persoon kan meerdere rollen tegelijk vervullen, en één rol kan over meerdere mensen verdeeld zijn. Een directeur bij een klein bedrijf is misschien initiator, decider én buyer tegelijk. Bij een groter bedrijf is de “decider”-rol misschien een directie die intern eerst consensus moet bereiken voordat er iets gebeurt.

Hoe groot is een Decision Making Unit?

Hier worden de gepubliceerde cijfers rommelig, en moet je ze zorgvuldig lezen. Je komt getallen tegen als die van Forrester, dat de typische buying group op zo’n 13 interne stakeholders schat, plus nog een reeks externe beïnvloeders daarbovenop. Gartner noemt vaak zes tot tien. Die cijfers zijn niet verkeerd, maar ze beschrijven grote, enterprise-aankopen, en ze worden herhaald alsof ze voor elke B2B-deal overal opgaan.

Dat doen ze niet. Recenter onderzoek dat onderscheid maakt naar bedrijfsgrootte vertelt een heel ander verhaal: het merendeel van de buying groups is juist klein, in de orde van twee tot vier personen, en groepen van tien of meer komen vooral bij enterprise-deals voor. Dat verschil doet er enorm toe, want het is het verschil tussen de DMU die je wordt aangepraat en de DMU waar je echt mee moet werken. Voor de meeste B2B-bedrijven is het realistische beeld een kleine kern van werkelijk betrokken mensen, geen commissie van dertien.

Waar het standaardadvies ophoudt nuttig te zijn

Hier zit het probleem met de meeste DMU-content: het is voor enterprise geschreven, en dat merk je. Het standaarddraaiboek gaat uit van een klein aantal zeer grote target accounts, elk waardevol genoeg om de hele buying committee tot in detail in kaart te brengen nog vóór je überhaupt contact hebt gelegd. Het leunt ook zwaar op een bepaald soort technologie, account intelligence-platforms die beloven de “verborgen” stakeholders te onthullen die anoniem onderzoek doen, zodat je mensen kunt benaderen die nooit gevraagd hebben om benaderd te worden.

Voor een klein of middelgroot bedrijf dat account based marketing draait, lopen beide aannames vast. Je werkt niet met drie accounts, je hebt er zomaar tot 150 op je target account list staan. De volledige decision making unit van alle 150 vooraf in kaart brengen is geen discipline, het is onmogelijk, en het zou verspilde moeite zijn, want de meeste van die accounts zitten voorlopig niet in een koopfase. De enterprise-aanpak om elke commissie vooraf uit te zoeken slaat ergens op als je een handvol accounts hebt en een groot team om het te doen. Op MKB+-schaal valt die aanpak uit elkaar, want daar draait alles juist om efficiënt blijven met een klein team. Dit is een van de duidelijkste plekken waar ABM gebouwd voor MKB+ moet afwijken van het enterprise-sjabloon, een rode draad die door onze complete gids over account based marketing heen loopt.

Hoe Sqrl de Decision Making Unit aanpakt

Ons model vertrekt vanuit dezelfde zes rollen, maar voegt een praktische laag toe die de klassieke theorie niet heeft, en verandert het moment waarop het werk überhaupt gebeurt. Twee ideeën doen hier het meeste werk: een tweelaagse structuur, en een bewuste volgorde.

Buying groups en buying persona’s: een tweelaagse structuur

We behandelen de DMU als een verzameling buying groups, en elke buying group als een verzameling buying persona’s. Het loont om precies te zijn over wat elke term betekent, want juist die tweelaagse structuur maakt de theorie bruikbaar in een campagne.

Een buying group is een groep mensen die om dezelfde reden bij de aankoop betrokken zijn, oftewel die dezelfde rol delen. De zes klassieke rollen zijn hoe we bepalen welke buying groups een account nodig heeft. Een account kan dus een “decider”-buying group hebben, een “influencer”-buying group, een “user”-buying group, enzovoort.

Een buying persona is een daadwerkelijke persoon, of eigenlijk een profiel op functietitelniveau van zo iemand, die binnen een buying group zit. Neem de decider-groep als voorbeeld: bij het ene bedrijf is dat de directie, en de persona’s daarbinnen zijn de CEO en de CFO. Bij een ander bedrijf vult een compleet andere groep mensen diezelfde decider-rol in. De rollen blijven constant, wie ze invult verschilt per account.

Een persona zit in principe maar in één buying group. Als iemand in twee groepen zou kunnen passen, maakt het team een bewuste keuze over waar diegene het best thuishoort, in plaats van dezelfde persoon over meerdere rollen te laten uitsmeren. Die ene regel houdt de kaart schoon genoeg om er daadwerkelijk een campagne op te draaien, in plaats van een steeds verder uitdijend web van mensen die vaag “betrokken” zijn.

De meest gemaakte fout: een titel aanzien voor invloed

De allervaakst gemaakte fout die we zien heeft niets met tools of proces te maken. Het is dat bedrijven zich blindstaren op senioriteit en functietitel, en aannemen dat die gelijkstaan aan invloed. Dat doen ze niet, in elk geval niet betrouwbaar.

Het klassieke voorbeeld is de CEO. Voor sommige klanten ís de CEO ook echt een decider, maar vaker stelt een klant dit zonder enig bewijs, en als je vervolgens kijkt naar hoe deals daadwerkelijk tot stand komen, blijkt de CEO geen rol te spelen in het aankooptraject. “We willen bij de CEO binnenkomen” is vaak de makkelijke uitweg, de aanname dat de hoogste in rang wel degene zal zijn die ertoe doet. En het is niet helemaal onterecht: als een CEO zich ermee bemoeit, is die invloed onmiskenbaar. Maar bij het overgrote deel van de deals die een bedrijf daadwerkelijk sluit, is de betrokkenheid van de CEO beperkt. De echte beslissingen vallen een niveau of twee lager, bij de mensen die het probleem dagelijks in hun portefeuille hebben.

Bij kleinere bedrijven geldt het omgekeerde, daar is een directeur of DGA juist vaak wél centraal, precies omdat hij nog dicht op de uitvoering zit en bij operationele beslissingen betrokken is. De les is niet “negeer senioren”, het is dat de DMU draait om werkelijke invloed, niet om het organogram. Een klant die dit onderkent, voert een veel effectievere campagne, want de inspanning gaat naar de mensen die de deal echt in beweging brengen.

Hoe we de DMU opbouwen: AI als hefboom, mensen voor het oordeel

Er is een schijnbare tegenstrijdigheid die het verdient om recht voor zijn raap te benoemen, want het is precies het soort dat een scherpe lezer eruit pikt. We waarschuwden net tegen het blindstaren op titel en senioriteit, en toch begint de manier waarop we buying persona’s ophalen met, uitgerekend, titel en senioriteit. Hoe rijmt dat?

Het antwoord is dat titel en senioriteit het ophaalmechanisme zijn, niet het selectiecriterium. Zo werkt het proces. De Sqrl-software helpt het team eerst de buying groups uit te werken: voor elke groep schrijf je een omschrijving die een AI-agent kan gebruiken om te beoordelen of een bepaalde persona erin thuishoort. Om kandidaat-persona’s te vinden haalt een andere AI-agent profielen van LinkedIn, wat betekent dat hij, inderdaad, werkt op basis van titels en senioriteit, want daar bestaan LinkedIn-profielen nu eenmaal uit. Weer een andere AI-agent beoordeelt die kandidaten vervolgens aan de hand van de groepsomschrijvingen en deelt ze in.

En dan komt het deel dat er werkelijk toe doet: de menselijke controle. Een teamlid, vaak met een organogram erbij, checkt of de juiste mensen er inderdaad in staan, of er niemand ontbreekt, en of de persona’s correct zijn ingedeeld. Dit is waar titel wordt gecorrigeerd naar echte invloed. De AI gooit een breed net uit op basis van wat zichtbaar is op LinkedIn, de mensen bepalen wie er werkelijk thuishoort op basis van wat zij weten over hoe dat account, en die markt, daadwerkelijk werkt. De kennis van het business development-team over klanten en bedrijven is hierbij van onschatbare waarde, de AI-tools zijn een enorme hefboom die het werk sneller en makkelijker maakt, maar ze vervangen het oordeel niet. Dat is geen beperking van de aanpak. Het is juist de kern ervan: de menselijke stap is precies de plek waar de titel-fixatiefout wordt voorkomen, in plaats van erin ingebakken te raken.

Het is ook goed om te zeggen dat een DMU eigenlijk nooit “af” is. Een receptionist of secretaresse heeft geen inhoudelijke rol in de beslissing, maar bepaalt vaak deels of er vroeg in het traject überhaupt een gesprek plaatsvindt. Bepaalde gebruikers hebben geen permanente plek in het proces, maar komen soms op een beslissend moment even om de hoek kijken. De kaart houdt rekening met deze mensen zonder te doen alsof ze kernbeslissers zijn.

Waarom we de DMU laat opbouwen, niet vroeg

Het grootste structurele verschil tussen onze aanpak en de enterprise-standaard is de timing. Het standaardadvies brengt de volledige buying committee vooraf in kaart, vóór de outreach. Wij doen het andersom, en bewust.

In ons model wordt de DMU pas opgebouwd zodra een account een focus account is geworden, oftewel zodra het echte intentie heeft getoond. Het eerste spoor van een ABM-campagne draait om het genereren en detecteren van die intentie over de hele target account list, gemeten op accountniveau. Pas wanneer een account echte beweging laat zien, stellen we voor er een focus account van te maken, en pas dan onderzoeken we het en bouwen we de DMU uit, de buying groups en de persona’s daarbinnen.

De reden is simpele efficiëntie. Met tot 150 accounts op een target account list is het voor de meeste van onze klanten niet te doen om elke decision making unit vooraf in kaart te brengen, en het zou verspild werk zijn, want de meeste van die accounts zijn nog niet koopbereid. De enterprise-aanpak onderzoekt elke commissie vooraf omdat enterprise-programma’s met een veel kleiner aantal accounts werken, en met veel meer budget en mankracht om de klus te klaren. Op MKB+-schaal is het DMU-werk pas doen wanneer een account het verdient, door intentie te tonen, precies wat het geheel betaalbaar en behapbaar houdt. Je betaalt de onderzoekskosten pas als het account heeft laten zien dat het de moeite waard is.

Zodra de persona’s duidelijk zijn, begint het tweede spoor: de individuele nurturing van die buying persona’s, volgens een campagneplan dat precies uiteenzet hoe elk benaderd wordt en welke stappen we zetten. We houden het allemaal bij in de Sqrl-software, touchpoints toegewezen aan accounts en, waar mogelijk, aan individuele persona’s, zodat alle betrokkenen zien wat er bij elk focus account gebeurt. We koppelen touchpoints niet aan de DMU of de buying group als geheel, want een campagne moet mensen overtuigen, en dus zijn het individuele mensen waarop we ons richten.

De korte versie

De Decision Making Unit is een vijftig jaar oud idee dat nog altijd klopt: B2B-aankopen worden gedaan door groepen, niet door individuen, en je moet elke rol op zijn eigen voorwaarden bedienen. De klassieke zes rollen, initiator, influencer, decider, buyer, gatekeeper, user, zijn een degelijk vertrekpunt. Waar het standaardadvies voor MKB+-bedrijven tekortschiet, is in schaal en timing: het gaat uit van een handvol enterprise-accounts die vooraf uitputtend in kaart worden gebracht, vaak leunend op tools die mensen opduikelen die nooit gevraagd hebben gevonden te worden.

Onze aanpak houdt de zes rollen aan, maar structureert ze in buying groups en de persona’s daarbinnen, bouwt de kaart pas op zodra een account echte intentie toont, en behandelt AI als een hefboom om kandidaten te vinden terwijl het werkelijke oordeel, wie er echt invloed heeft, bij de mensen blijft die de markt kennen. Wil je zien hoe dit in de bredere methode past, het is onderdeel van onze bredere account based marketing-aanpak.

Over de auteur

Ties Morskate
Ties Morskate · Partner

Ties Morskate is medeoprichter van Sqrl, een ABM-consultancy voor Europese MKB+-bedrijven, en auteur van Merkarchetypes: het geheim van sterke merken. Met meer dan 15 jaar ervaring in B2B-marketing werkte hij voor een breed scala aan bedrijven, waaronder Aalberts Industries, NTS en Van Lanschot Kempen.

LinkedIn
Share X LinkedIn Facebook E-mail
Back to overview
Sqrl

Account Based Marketing

Suikersilo-West 8
1165 MP, Halfweg

Contact
+31 (0)20 854 01 88
hello@sqrl.nl

Juridisch
Algemene Voorwaarden
Privacyverklaring

© 2026 Sqrl. All rights reserved.