De meeste ABM-campagnes beginnen op LinkedIn, en lopen daar ook vaak vast
Voor de meeste account based marketing-campagnes is LinkedIn het natuurlijke startpunt. Het is het enige grote advertentieplatform waarmee je je accountlijst met echte precisie kunt targeten. Maar het is ook het platform waar de duurste fouten worden gemaakt, meestal door een paar hardnekkige misverstanden over waar LinkedIn goed in is en waar het stiekem juist niet goed in is.
Dit artikel gaat over hoe we LinkedIn daadwerkelijk inzetten binnen een ABM-programma: welke advertentietypes werken, hoe een realistisch budget eruitziet, waar het platform helpt en waar het tekort schiet. Inclusief de dingen over LinkedIn waar bijna niemand het over heeft. Heb je ons artikel over ABM-technieken en -tactieken gelezen, dan gaat dit een laag dieper op het ene kanaal dat in de vroege fases het meeste werk verzet.
Organisch posten en adverteren zijn niet hetzelfde
Laten we eerst de meest voorkomende verwarring uit de weg ruimen. Als we het hebben over ABM op LinkedIn, denken veel mensen meteen aan posten op hun bedrijfspagina. Conceptueel begrijpen ze het verschil tussen organisch en betaald prima, maar in de praktijk lopen die twee voortdurend door elkaar.
Dit is het onderscheid dat ertoe doet. Organisch posten op je bedrijfspagina is onderdeel van je marketingfundament. Het is een randvoorwaarde, iets wat de markt simpelweg van je verwacht. En de reden dat het ertoe doet is eenvoudig: als iemand jouw bedrijf via een campagne ontdekt, klikt diegene vaak door naar je LinkedIn-profiel om te zien wat voor bedrijf je bent. Op dat moment moet daar relevante, interessante content klaarstaan.
Maar binnen een ABM-aanpak selecteer je bewust accounts op je Target Account List waar je nog niet binnen bent, waar nog geen relatie mee bestaat. De kans dat die bedrijven je op LinkedIn volgen is klein. Dus organisch posten doet weinig voor hen, want de bedrijven op je TAL zien het simpelweg niet.
Daarom hebben we het binnen ABM altijd over LinkedIn Advertising. We ontwikkelen het advertentiemateriaal, de middelen die je doelgroep kan downloaden of lezen zoals whitepapers en artikelen, de landingspagina waar ze op terechtkomen, enzovoort. Die middelen bestaan primair om accounts die je nog niet kennen geleidelijk klaar te stomen voor een medium- of high-intent touchpoint, en op termijn voor sales qualification. Het mooie is dat diezelfde middelen vaak uitstekend werken in je organische contentkalender. De twee staan dus niet op gespannen voet; ze spelen alleen een heel verschillende rol.
Zo zet je een LinkedIn-ABM-campagne op, stap voor stap
Voordat we ingaan op formaten en budgetten, hier de praktische volgorde die we aanhouden om een LinkedIn-ABM-campagne live te krijgen. Heb je ons artikel over ABM-strategie gelezen, dan herken je de eerste stappen; hier richten we ons op hoe ze zich specifiek naar LinkedIn vertalen.
Stap 1: Begin bij je Target Account List, niet bij een e-maillijst
De meeste gidsen zeggen dat je een lijst met contacten als Matched Audience naar LinkedIn moet uploaden. Dat werkt als je die lijst hebt. Maar hier stuiten we voortdurend op een probleem bij MKB+-bedrijven: zij hebben geen complete lijst met relevante e-mailadressen van de contactpersonen die ze willen bereiken. Een campagne bouwen rond een contactlijst die je niet hebt, is een doodlopende weg.
Het goede nieuws is dat je met een clusteraanpak die lijst niet nodig hebt. In plaats van individuele contacten te uploaden, upload je de bedrijven van je Target Account List als Matched Audience. LinkedIn richt zich dan op medewerkers van die bedrijven. Je bereikt de juiste accounts zonder dat je vooraf ook maar één e-mailadres nodig hebt.
Stap 2: Verfijn binnen de accounts
Zodra je TAL als doelgroep is geladen, verfijn je met de targetingtools die LinkedIn biedt: functie, senioriteit, member skills en andere kenmerken. Zo zorg je dat je budget naar de mensen gaat die daadwerkelijk een rol spelen in het aankoopproces, in plaats van naar iedereen die toevallig bij een target account werkt. De accountlijst bepaalt wie meedoet; de verfijning bepaalt wie binnen die bedrijven je betaalt om te bereiken.
Stap 3: Bepaal doelstelling en budget
Kies je campagnedoelstelling (in de always-on fase is dat brand awareness) en stel een budget vast op basis van actuele benchmarks in plaats van oude aannames. Verderop meer over hoe die benchmarks eruitzien.
Stap 4: Ontwikkel de creatives en de landingservaring
Bouw het advertentiemateriaal en de middelen erachter: de whitepaper of het artikel dat mensen kunnen lezen, de landingspagina waar ze terechtkomen. Die bestaan om accounts die je nog niet kennen warm te maken.
Stap 5: Lanceren, meten en bijsturen
Zet de campagne live en lees daarna de data. Welke accounts reageren, welke thema’s landen, welke creatives (advertentie + tekst) zorgen voor de meeste klikken. Reken op ongeveer twee weken vanaf de start tot een goed draaiende campagne, en behandel de eerste weken als je benchmark-opbouwfase.
Dit is het skelet. De rest van dit artikel gaat over hoe je elke stap goed uitvoert, en over de dingen die de standaardgidsen weglaten.
Welke vorm van ABM past bij MKB+: one-to-one, one-to-few of one-to-cluster
Vrijwel elke gids over ABM beschrijft dezelfde drie klassieke vormen, en het is goed om ze te kennen, want ze bepalen hoe je LinkedIn inzet.
One-to-one. Je behandelt één groot account als een markt op zich en bouwt er een volledig op maat gemaakte campagne voor. Zeer intensief, voorbehouden aan een handvol accounts waar de potentie enorm is. Dit is enterprise-terrein.
One-to-few (ABM Lite). Je groepeert een klein aantal vergelijkbare accounts en stemt de boodschap af op dat kleine groepje. Schaalbaarder, maar nog steeds arbeidsintensief.
One-to-many (programmatic). Je richt je op een groot aantal accounts met bredere, licht gepersonaliseerde campagnes. Schaalbaar, maar de personalisatie verdunt snel.
De meeste gidsen zeggen vervolgens dat je je accounts moet indelen in Tier 1 (one-to-one), Tier 2 (one-to-few) en Tier 3 (one-to-many) en per tier een andere aanpak moet draaien. Voor een enterprise met een groot team is dat logisch. Voor een MKB+-bedrijf meestal niet. Je hebt niet de capaciteit om een op maat gemaakt one-to-one programma naast een programmatic programma te draaien, en je beperkte budget over drie tiers verdelen maakt het overal te dun om effectief te zijn.
Daarom werkt Sqrl met een one-to-cluster model. We groeperen accounts die een overheersend kenmerk delen (dezelfde markt, dezelfde uitdaging, hetzelfde type aankoopproces) in één cluster, en draaien een campagne die relevant is voor die hele groep. Het geeft je de relevantie van one-to-few zonder de onbetaalbare overhead, en de schaal van one-to-many zonder de dunne, generieke boodschap.
Tiering blijft belangrijk in onze aanpak, maar we pakken het eerder op. In de aanloop naar de Target Account List selecteren we al op tier. In de meeste gevallen bestaat onze TAL puur uit Tier 1-accounts: de bedrijven die echt passen. In sommige gevallen voegen we Tier 2-accounts toe om tot een doelgroep te komen die groot genoeg is om effectief campagne op te draaien. Dus tegen de tijd dat de LinkedIn-campagne live gaat, is het tieringwerk al gedaan, ingebakken in de accountlijst in plaats van erbovenop geplakt als drie parallelle campagnes.
Welke LinkedIn-advertentieformaten werken voor ABM
LinkedIn voegt steeds meer advertentieformaten toe, elk ontworpen om bedrijven nog een instrument te geven om mensen te converteren. Niet allemaal zijn ze even bruikbaar voor ABM. Zo kijken wij naar de belangrijkste.
Video: eerst stopping power
In de always-on campagne gebruiken we video vaak tijdens de eerste brand awareness-fase om het merk te introduceren. Video werkt hier goed omdat het meer stopping power heeft: mensen stoppen sneller met scrollen, wat het rendement op je campagne verhoogt. De benchmarkcijfers bevestigen dit. De mediane video view rate steeg naar 37,6% in 2025, wat betekent dat meer dan één op de drie mensen die een videoadvertentie zien er ook daadwerkelijk naar kijkt. Dat is een sterk signaal van echte betrokkenheid, precies wat je wilt als een doelgroep je nog niet kent.
Eén kanttekening is goed om te weten: video heeft zijn oude kostenvoordeel verloren. In 2024 was het het goedkoopste formaat om bereik mee te kopen; in 2025 was de mediane CPM gestegen naar zo’n €90, ongeveer gelijk aan leadgeneratie. Het is de betrokkenheid nog steeds waard, maar niet langer omdat het goedkoop is.
Single image: het praktische werkpaard
Single image is een vast element in vrijwel elke campagne, simpelweg omdat het zo praktisch is. De afbeelding bepaalt of mensen stoppen en overwegen, dus je kunt veel verschillende beelden testen om tot het beeld met de hoogste doorklikratio te komen. Het is makkelijk te produceren, makkelijk te variëren en makkelijk te optimaliseren. Voor de meeste ABM-campagnes is het de constante die je laat doorlopen terwijl je al het andere eromheen test.
Document-ads en carrousels: hit or miss
Document-ads en carrousels zijn in onze ervaring hit or miss. In bepaalde campagnes en bij bepaalde doelgroepen presteren ze uitstekend; in andere slaan ze de plank volledig mis. Ze zijn ook lastiger te optimaliseren, omdat wat de doelgroep ziet zoveel uitgebreider is: haakten ze af bij slide drie of slide zeven? Dat zie je niet zomaar.
LinkedIn voegde onlangs een nieuw formaat toe dat een paar pagina’s van een document laat zien en mensen vervolgens vraagt te converteren als ze de rest willen lezen. Dat formaat is beter te optimaliseren en je ziet duidelijk of het middel werkt, dus daar grijpen we eerder naar.
Een kanttekening bij conversieformaten
Veel van die nieuwere formaten zijn sterk op conversie gericht: iemand via een formulier omzetten in een marketing qualified lead. Het punt is dat wij dat op een veel toegankelijkere manier kunnen via de Sqrl-software. Een LinkedIn-conversie is namelijk doorgaans behoorlijk kostbaar. Een kostprijs van €207 per lead is normaal op de mediaan, en €125 per conversie schrikt ons niet af; in sommige markten ligt het veel hoger.
Tegelijkertijd kunnen wij intent op accountniveau meten met single image brand awareness-advertenties, en vaak is dat zelfs makkelijker omdat het volume zoveel hoger ligt. Brand awareness heeft de laagste CPM van alle doelstellingen, en LinkedIn serveert veel meer brand awareness-impressies, dus je kunt er ook meer van kopen. We houden de meer conversiegerichte formaten daarom liever achter de hand, en zetten ze pas in als daar een specifieke reden voor is. Bijvoorbeeld wanneer privacyoverwegingen, ethische redenen of andere factoren het wenselijk maken om niet rechtstreeks op individuen binnen de doelgroep te richten.
Van account naar contact: een geleidelijk pad
Het pad van account naar individueel contact bestaat uit geleidelijke stappen, niet uit één sprong. Een eerste brand awareness-campagne zet het merk op de kaart. Na drie advertenties gaat iemand misschien eens kijken wat voor bedrijf je eigenlijk bent. Even later, met wat meer tijd, krijgt diegene wat diepgaandere informatie en vult misschien een formulier in. En dan, een week later, krijgt hij een LinkedIn-connectieverzoek van een salespersoon van je bedrijf.
Voordat hij accepteert, kijkt hij waarschijnlijk even op het profiel van de persoon die hem uitnodigt om te connecten. Logisch toch? En dit is waar het persoonlijke profiel relevant en uitnodigend moet zijn. Als het te overdreven verkoopgericht of transactioneel is, is de kans groot dat het verzoek wordt afgewezen. Maar als het een profiel is dat duidelijk laat zien dat de salespersoon focus heeft op de markt waarin het account actief is, relevante kennis deelt en eruitziet als een prettig mens om zaken mee te doen, dan wordt het verzoek veel eerder geaccepteerd.
Dit is ook waar thought leader-ads ter sprake komen. Eerlijk gezegd zien we ze voor de meeste MKB+-bedrijven niet als een valide optie. Weinig MKB+-bedrijven hebben echte thought leaders in dienst die ook daadwerkelijk zo door de markt worden gezien. Ze hebben de kennis wel, maar de positie niet. Hebben ze wél zo iemand, fantastisch, dan helpt het zeker. Maar dat is zelden het geval.
De hele buying committee bereiken
Eén ding dat de standaard LinkedIn-gidsen goed hebben: een deal bij een target account wordt zelden door één persoon beslist. Meerdere rollen beïnvloeden de beslissing, en alleen de meest senior naam bereiken is niet genoeg. Binnen elk account zit een buying committee, en de mensen daarin hebben verschillende zorgen, vragen en redenen om geïnteresseerd te zijn. Je campagne moet de groep aanspreken, niet alleen het boegbeeld. Wij delen dit op in buying groups en buying persona’s, en dat bepaalt welke boodschappen we aan wie tonen. Hoe we de decision making unit in kaart brengen en bewerken, beschrijven we uitgebreid in ons artikel over de buying committee en de DMU.
Wat kost adverteren op LinkedIn eigenlijk?
LinkedIn staat bekend als duur, en de cijfers zijn inderdaad fors gestegen. In 2025 was de mediane CPM over alle campagnetypes €73,83, een stijging van 185% ten opzichte van €25,92 twee jaar eerder. Brand awareness verdrievoudigde bijna. Hetzelfde budget koopt nu ongeveer de helft van de impressies die het in 2023/24 kocht.
Maar dit is wat de CPM-discussie zo interessant maakt, en het is het deel dat de meeste mensen missen. Mensen zeggen “LinkedIn heeft een hoge CPM”, terwijl LinkedIn tegelijkertijd de best mogelijke targeting biedt die er bestaat. Dus ja, de CPM is misschien hoger, maar je waste op niet ter zake doende profielen is vele malen lager. Op een breed kanaal betaal je om een grote doelgroep te bereiken en hoop je dat de juiste bedrijven erin zitten. Op LinkedIn kun je iedereen uitsluiten die niet op je lijst thuishoort. In onze ervaring is de effectieve CPM op LinkedIn, de kosten om de mensen te bereiken die er echt toe doen, zeer concurrerend.
Er is een structurele reden waarom ABM-campagnes aan de dure kant zitten. De meest begeerde doelgroepen op het hele platform zijn senior beslissers bij specifieke accounts, precies waar ABM op richt. Kleine doelgroepen kosten ook meer: campagnes gericht op minder dan 1.000 mensen betaalden een mediane CPM van €107,85, tegenover €61,18 voor doelgroepen boven de 10.000. Dus wanneer je een strakke ABM-campagne draait gericht op senior mensen, is een CPM van €100 tot €250 of meer geen teken dat er iets mis is. Het is is nu eenmaal duur, omdat je concurreert om de meest gewilde doelgroep op het platform.
De praktische les: begroot op basis van actuele benchmarks, niet op de cijfers die je je van een paar jaar geleden herinnert. Hanteer een bandbreedte van ruwweg €65 tot €90 als mediane plannings-CPM, en reken op meer voor senior, niche of kleine doelgroepen. En onthoud dat de CPM op zichzelf maar de helft van het verhaal is. De andere helft is hoe weinig je ervan verspilt.
LinkedIn heeft een hekel aan externe links (en wat dat betekent)
Er is een tweede kostenverschuiving die net zo belangrijk is, en waar bijna niemand op anticipeert. De doorklikratio voor website visits-campagnes is ingestort, met een daling van 61% van een mediaan van 0,69% naar 0,27% tussen 2023/24 en 2025. Gecombineerd met de verdubbelde CPM jaagt dat de kosten van één klik naar je website op tot ongeveer €29, bijna vijf keer zoveel als twee jaar eerder.
Dit is geen creatief probleem dat je weg kunt optimaliseren. Het is een platformbeslissing. LinkedIn wil gebruikers op LinkedIn houden, dus onderdrukt het posts met externe links organisch en, zo mogen we aannemen, past dezelfde logica toe op advertenties. Het platform rekent meer om dezelfde mensen te bereiken en duwt diezelfde mensen tegelijkertijd weg van vertrekken.
Voor ABM heeft dit een duidelijk gevolg. Mensen naar een externe landingspagina sturen is duurder en minder efficiënt dan vroeger, wat betekent dat je brand awareness-campagne meer werk in de funnel moet verzetten: voldoende herkenning en vertrouwen opbouwen voordat je om een klik vraagt. En waar je wél een directe respons wilt, houden LinkedIns native lead forms beter stand dan landingspagina’s, omdat ze de gebruiker op het platform houden. Maar, zoals hierboven beschreven, binnen onze aanpak hebben we die conversie vaak helemaal niet nodig, omdat we intent op accountniveau meten via de software.
De frustratie die niemand noemt: je bereikt nooit je hele doelgroep
Dit is het deel van LinkedIn dat bijna nooit besproken wordt, en het is een van de grootste praktische frustraties. Je bereikt nooit je hele doelgroep via LinkedIn. Dat klinkt voor de hand liggend als je het hardop zegt, maar in de praktijk realiseren mensen zich niet wat het betekent.
Stel dat we 60% van je doelgroep kunnen bereiken via LinkedIn. Dan blijft er 40% over die we niet bereiken. Hoe bereik je die 40%? Dat is vaak een serieuze uitdaging waar MKB+-bedrijven zelf niet uitkomen. Eerst moet je namelijk uitvogelen wie die mensen überhaupt zijn, en daar helpt LinkedIn je niet bij. Vervolgens moet je campagnes draaien die hen via andere kanalen bereiken. En dat zijn meestal geen nette advertentieplatformen, maar zeer gerichte campagnes via andere media die voor MKB+-bedrijven lastiger te navigeren zijn.
Het contrast is wat het zo frustrerend maakt. LinkedIn maakt die eerste 60% relatief makkelijk, maar de resterende 40% kan echt kopzorgen geven. De kloof tussen die twee is enorm. Dit is precies waar de Sqrl-aanpak helpt, omdat we al een heel playbook hebben aan tactieken en strategieën om je doelgroep als geheel te bewerken, niet alleen het deel dat toevallig bereikbaar is op LinkedIn, en er zoveel mogelijk SQL’s uit te halen.
De lastigste transitie: van account naar persoon
LinkedIn is zich zeer bewust van de privacy van zijn gebruikers. Nou ja, enigszins. Het laat je bijvoorbeeld niet zien wanneer een bedrijf één keer op je advertentie klikt; het onthult ze pas na meerdere interacties. Dat doet het om te voorkomen dat je een doelgroep zo smal vormgeeft dat een enkele klik herleidbaar wordt tot een individu. Die herleidbaarheid is precies wat je wilt, en LinkedIn weet dat, en dus voorkomen ze het.
Dit creëert een van de grootste uitdagingen bij LinkedIn-adverteren: de overstap maken van werken op accountniveau naar werken op persoonsniveau. Wanneer maak je die overstap? Wanneer de data laat zien dat het het juiste moment is. En welke personen precies? Daar is LinkedIn niet zo’n grote hulp.
De Sqrl-aanpak maakt die transitie wel. Wij meten intent en touchpoints niet alleen op LinkedIn, maar ook over andere kanalen en via je website. Dat geeft je een veel completer beeld van de intent van een account, zodat je beter weet welke accounts klaar zijn om op te volgen: je focus accounts. Het is ook de reden dat we met Sqrl LinkedIn vaak helemaal niet gebruiken om individuen op te volgen. LinkedIn is een perfecte tool voor naamsbekendheid en thought leadership, en in bepaalde campagnes hebben we baat bij de conversie- en leadgeneratiemogelijkheden. Maar zodra we overgaan op het echt nurturen van contacten en het opbouwen van relaties, doen we dat meestal buiten LinkedIn.
Waarom wij niet de-anonimiseren, en waarom dat uitmaakt
Er is een hele categorie ABM-tools opgekomen die belooft je LinkedIn-advertentie-engagement te de-anonimiseren: je via een technische omweg vertellen welk individu precies klikte, zodat je diegene kunt gaan benaderen. Wij staan daar bewust lijnrecht tegenover.
De de-anonimiseer-tools draaien de natuurlijke volgorde om. Ze identificeren mensen eerst en benaderen ze dan, ongeacht of die persoon ook maar enige echte interesse heeft getoond. De logica is “wij weten wie je bent, dus we nemen contact op.” Zo zien wij het niet, en wat ons betreft is het de omgekeerde wereld.
De Sqrl-aanpak is het tegenovergestelde: we willen dat mensen interesse tonen, echte koopintentie, voordat iemand persoonlijk opvolgt. We gebruiken LinkedIn als motor van de always-on campagne, maar de campagne als geheel is erop gebouwd om mensen tot het punt te brengen waarop ze zichzelf identificeren: door een formulier in te vullen, iets te downloaden, zich in te schrijven voor een evenement, of een andere actie te doen waarmee we een signaal aan echte contactgegevens kunnen koppelen. Dat is geen technische truc. Het is het hele doel van de campagne: intent genereren, koopintentie. Een ingevuld contactformulier, een download, een inschrijving voor een evenement, dat is intent zichtbaar gemaakt.
Een groot deel van de reis is anoniem, en dat is prima. Gedurende die reis blijven we mensen uitnodigen om contact op te nemen of hun gegevens achter te laten. We koppelen zoveel mogelijk acties aan individuele personen, maar in het begin gebeurt dat puur op accountniveau. Pas als iemand echte interesse toont, gaan we over op persoonlijke opvolging. Dat respecteert de koopreis, en het is simpelweg effectiever: opvolgen op aantoonbare intent is veel warmer dan iemand koud benaderen omdat een tool zijn klik heeft ontmaskerd. Mensen identificeren die nooit gevraagd hebben om geïdentificeerd te worden, is het omgekeerde van wat goede ABM zou moeten doen.
Heb je Sales Navigator nodig?
Een veelgestelde vraag. In principe is Sales Navigator niet nodig naast de Sqrl-software, omdat de software alle contactpersonen bij je focus accounts al weergeeft. Sales Navigator voegt wel wat extra zoek- en filtermogelijkheden toe, en je kunt er natuurlijk mensen mee berichten met wie je niet geconnect bent. Het heeft dus zijn voordelen als je team het al gebruikt. Maar een must is het niet.
De grootste misvatting over ABM op LinkedIn
Er zijn niet echt grote misvattingen over ABM op LinkedIn specifiek. Maar er is één ding dat we vaak horen: bedrijven gaan ervan uit dat je ongelimiteerd advertenties kunt inkopen, alsof hun doelgroep elke dag op LinkedIn zit en daarbij ook nog eens op advertenties klikt. In werkelijkheid zijn aandacht en zeker actie schaars. Aandacht en actie afdwingen kost echte moeite, en dat over een langere periode.
Het vreemde is dat bedrijven dit prima weten. In B2B worden koopbeslissingen nooit van de ene op de andere dag genomen. Maar zodra ze gaan adverteren op LinkedIn is het alsof ze die kennis overboord gooien, alsof alles vluchtig wordt zodra het online of op social media staat. Dat is het niet. LinkedIn, en zeker LinkedIn ingezet voor ABM, is precies hetzelfde als zakendoen in de “echte” wereld.
Sterker nog, de doelgroep op LinkedIn is misschien wel kritischer, omdat ze iets zonder enige moeite kunnen afwijzen. Waar iemand op een beurs uit beleefdheid misschien nog een paar minuten naar je verhaal luistert, scrollen ze op LinkedIn binnen twee seconden verder. Ja, impressies zijn goedkoop in te kopen en je bereikt snel veel mensen. Maar daar daadwerkelijk resultaat uit halen is hard werken, en het vraagt veel van je team, van de middelen die je inzet en van jezelf.
Hoe LinkedIn in het grotere geheel past
LinkedIn is waar de meeste ABM-campagnes beginnen, en met goede reden. De targeting is ongeëvenaard, de brand awareness-formaten zijn efficiënt in het opbouwen van herkenning, en het is de natuurlijke thuisbasis voor de always-on campagne die intent in de eerste plaats zichtbaar maakt. Maar het is een startpunt, niet het hele spel.
De bedrijven die het meeste uit LinkedIn halen, zijn de bedrijven die de grenzen ervan begrijpen: dat organisch en betaald verschillende taken hebben, dat de hoge CPM lage waste koopt, dat het platform je tegenwerkt op externe klikken, dat je er nooit iedereen bereikt, en dat het nurturen van echte relaties meestal elders gebeurt. Gebruik LinkedIn voor waar het echt uitstekend in is, meet intent goed zodat je weet wanneer je moet handelen, en heb een plan voor alles wat LinkedIn niet kan. Dat is wat een LinkedIn-advertentiebudget verandert in een account based marketing-programma dat echt resultaat oplevert.
In ons artikel over de Sqrl ABM-software laten we zien hoe we intent meten over LinkedIn, andere kanalen en je website om het complete beeld te bouwen dat LinkedIn alleen niet kan geven.